Voorbeeldgestuurd onderwijs

 

 

 

home

kenniscentrum wetenschap & techniek noord nederland

talentenkracht
VTB en VTBpro
voorbeeldgestuurde didactiek

 

 

 

 

Opzoek naar Techniek didactiek voor de Pabo

Hoe stuurt de leerkracht de sprankelcoëfficiënt van de leerling richting gevoel voor wetenschap en techniek? In het voorbeeld van Jaap en de knikkerbaan zou dit als volgt  kunnen verlopen. Jaap heeft de toren herbouwd en voorspelde correct in welke bakje de knikker kwam. “Ja, het is je gelukt. Je hebt weer gelijk. Je pakte dit stukje en bouwde verder en niet met dat stukje.....". Hopelijk valt Jaap me al in de rede en gaat hij me vertellen waarom hij dat ene stukje pakte. Vanaf het moment dat Jaap de overeenkomsten en verschillen tussen de stukjes ziet en kan verwoorden, is het gemakkelijker een nieuwe ingewikkelder baan te maken. Zelfs als het aantal verschillende stukjes toeneemt. Hij voorspelt niet alleen wat de veranderingen teweeg brengen, maar hij kan de nieuwe situatie ook verklaren. Een opstap naar abstract denken is dat Jaap 1) de drie verschillende soorten elementen waaruit de knikkerbaan is opgebouwd, herkent: namelijk de gele schuine baanstukken die aan een kant een opening hebben en aan de andere kant gesloten zijn, korte verbindingstukjes in verschillende kleuren, en opvangbakjes in drie kleuren en 2) hoe hij in nieuwe situaties het goede stukje kiest. Na het plezier van het zelf uitvinden kan hij zo de vervolgstap maken naar abstract denken. De opstap naar abstract denken valt volgens de voorbeeldgestuurde didactiek (zie www.VoorbeeldgestuurdOnderwijs.nl) in twee fasen uiteen, namelijk 1) vind de grote lijn vanuit een aantal voorbeelden waarvan je aanvoelt dat ze juist zijn en 2) herken die grote lijn in nieuwe situaties. Voorbeeldgestuurd onderwijs gaat er vanuit dat je durft te leren vanuit je onzekerheid. Bij het zelf uitproberen van nieuwe situaties, ervaar je dat je gevoel juist is. De volgende stap is dan onder woorden te brengen, waarom je gevoelsmatig de juiste beslissing nam. Je verwoordt dan de grote lijn die je kunt toepassen bij het oplossen van nieuwe situaties, dus een opstap is naar abstract denken.

De opstap naar abstract denken vanuit sprankelende oplossingen moet ook gelden voor ingewikkelder concepten, voorbereidend op vervolgonderwijs. Als voorbeeld geef ik hier het zoeken naar de grote lijnen bij de breking van licht. Toen ik moest uitleggen hoe licht breekt van een optisch minder dicht naar optisch dichter medium, nam ik Pabo-studenten mee naar buiten. Daar bevond zich tussen twee stoepen een plantsoen bestaand uit een brede strook aarde. Aan de ene kant op de stoep stond ee2n lantarenpaal (L) en aan de overkant van het plantsoen op de andere stoep stond een eind verderop een verkeersbord (V). De vraag aan de studenten was: “Loop zo snel mogelijk van de lantarenpaal op de ene stoep, door de aarde, naar het verkeersbord op de andere stoep.” De studenten sprintten vanaf de lantarenpaal over de ene stoep in rechte lijn richting verkeersbord, tot ze bij de aarde kwamen. Aangekomen bij het plantsoen bogen alle studenten af, om de weg in de mulle aarde zo kort mogelijk te maken. Vervolgens sprintten ze, na het oversteken van de aarde, over de stoep in rechte lijn verder naar het verkeersbord. Geen enkele student aarzelde in het moeilijker begaanbaar medium af te buigen om de weg te kiezen die het snelst was. Vervolgens kostte het mij geen enkele moeite in de klas te laten zien dat licht ook afbuigt van lucht naar een moeilijk begaanbaar medium glas. De studenten verwoordden de grote lijnen “Ik buig af, omdat ik de snelste weg kies” en “licht buigt af, omdat het de snelste weg kiest”. Vanuit een voorbeeld uit het dagelijks leven werd de nieuw te leren grote lijn gekoppeld: een opstap naar abstract denken. Als de studenten in een nieuwe situatie de loop van een lichtstraal moet schetsen, verandert de oplossing “In een optisch dichter medium breekt het licht naar de normaal toe” naar de vraag “hoe zou ik het doen?” De student of leerling gebruikt zo sprankelend zijn gevoel bij wetenschap en techniek.

Vanuit alledaagse voorbeelden, waarvan de leerling aanvoelt dat ze waar zijn, worden de grote lijnen ontdekt die in nieuwe situaties kunnen worden toegepast. Het voorspellen wat er in een nieuwe situatie gebeurt, gaat een stap verder naar het onder woorden brengen van je eigen techniek gevoel. Zonder verlies van de sprankelcoëfficiënt, dus techniek gevoel waar de leerling met hart en ziel bij betrokken is. Een basisschool leerling zou dit  wellicht weergeven als Techniek. Op de Pabo moet de aankomende leerkracht didactische vaardigheden leren om leerlingen dit Techniek te laten ontwikkelen. De leerkrachten moeten dus niet de leerlingen meeslepen achter hun eigen techniek gevoel aan, maar het Techniek van de leerlingen de goede kant op duwen. Daarvoor moeten de leerkrachten eerst zelf het sprankelende Techniek ervaren. Dus Techniek begint op de Pabo.

 

Elise Boltjes is docent techniek op de Pabo van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden,
onderzoeker naar voorbeeldgestuurd rekenen op de basisschool en
onderzoeker naar voorbeeldgestuurde didactiek natuurkunde in de basisvorming van het voortgezet onderwijs.

Verdere informatie:
www.talentenkracht.nl
www.programmavtb.nl
www.vtbpro.nl
www.VoorbeeldgestuurdOnderwijs.nl