Voorbeeldgestuurd rekenen

 

Nieuwsbrief

december 2009

 

Onderzoeksproject Talentenkracht

In januari 2006 is een onderzoeksproject naar de talenten van jonge kinderen gestart onder de naam TalentenKracht (zie www.talentenkracht.nl). Doel is een antwoord te vinden op de vraag welke talenten en mogelijkheden kinderen in de leeftijd tussen 3 en 5 jaar hebben, hoe talenten op verschillende gebieden onderling verweven zijn en op welke manier deze talenten verder ontwikkeld zouden kunnen worden. Centraal staat de vraag of kinderen  zo jong al talent vertonen op gebieden als logisch nadenken, redeneren en ruimtelijk inzicht. Inmiddels zijn bijvoorbeeld ruim tachtig activiteiten ontwikkeld waarbij de kinderen op een speelse manier probleempjes oplossen, aangespoord door vragen van de onderzoekers. De gesprekken met de kinderen zijn vastgelegd op video. Een voorbeeld van zo’n activiteit is “Jaap en de knikkerbaan” die te zien is op de website www.talentenkracht.nl.

Jaap en de knikkerbaan

knikkerbaanDe knikkerbaan die gebruikt wordt in de videoclip bestaat uit drie soorten elementen: gele schuine baanstukken die aan een kant een opening hebben en aan de andere kant gesloten zijn, korte verbindingstukjes in verschillende kleuren, en opvangbakjes in drie kleuren. Jaap is vier jaar en tien maanden. De onderzoeker maakt een klein knikkerbaantje, met Jaap als enthousiaste toeschouwer. De onderzoeker vraagt om te  voorspellen in welk opvangbakje de knikker terecht komt als je hem boven loslaat. Jaap kan nauwelijks wachten en voorspelt correct dat de knikker in het groene bakje komt. 'Ik heb het steeds goed', zegt hij. Hij kan het ook uitleggen: het heeft te maken met de gaatjes. Hij kijkt ook waar de gaatjes precies zitten. Jaap kan er geen genoeg van krijgen en wil de knikkerbaan nog hoger maken en alle elementen gebruiken. Vragen om te voorspellen hoeft niet meer. Dat doet hij nu uit zichzelf. Jonge kinderen zijn nieuwsgierig, denken vrij en probleemoplossend, ook wel de sprankelcoëfficiënt genoemd. Hoe kun je in het basisonderwijs iets doen met die talenten? Hoe kom je vanuit de sprankelcoëfficiënt naar gevoel voor wetenschap en techniek?

Hoe stuurt de leerkracht de sprankelcoëfficiënt van de leerling richting gevoel voor wetenschap en techniek? In het voorbeeld van Jaap en de knikkerbaan zou dit als volgt  kunnen verlopen. Jaap heeft de toren herbouwd en voorspelde correct in welke bakje de knikker kwam. “Ja, het is je gelukt. Je hebt weer gelijk. Je pakte dit stukje en bouwde verder en niet met dat stukje.....". Hopelijk valt Jaap me al in de rede en gaat hij me vertellen waarom hij dat ene stukje pakte. Vanaf het moment dat Jaap de overeenkomsten en verschillen tussen de stukjes ziet en kan verwoorden, is het gemakkelijker een nieuwe ingewikkelder baan te maken. Zelfs als het aantal verschillende stukjes toeneemt. Hij voorspelt niet alleen wat de veranderingen teweeg brengen, maar hij kan de nieuwe situatie ook verklaren. Een opstap naar abstract denken is dat Jaap 1) de drie verschillende soorten elementen waaruit de knikkerbaan is opgebouwd, herkent: namelijk de gele schuine baanstukken die aan een kant een opening hebben en aan de andere kant gesloten zijn, korte verbindingstukjes in verschillende kleuren, en opvangbakjes in drie kleuren en 2) hoe hij in nieuwe situaties het goede stukje kiest. Na het plezier van het zelf uitvinden kan hij zo de vervolgstap maken naar abstract denken.

De opstap naar abstract denken valt volgens de voorbeeldgestuurde didactiek in twee fasen uiteen, namelijk 1) vind de grote lijn vanuit een aantal voorbeelden waarvan je aanvoelt dat ze juist zijn en 2) herken die grote lijn in nieuwe situaties. Voorbeeldgestuurd onderwijs gaat er vanuit dat je durft te leren vanuit je onzekerheid. Bij het zelf uitproberen van nieuwe situaties, ervaar je dat je gevoel juist is. De volgende stap is dan onder woorden te brengen, waarom je gevoelsmatig de juiste beslissing nam. Je verwoordt dan de grote lijn die je kunt toepassen bij het oplossen van nieuwe situaties, dus een opstap is naar abstract denken.

Vanuit alledaagse voorbeelden, waarvan de leerling aanvoelt dat ze waar zijn, worden de grote lijnen ontdekt die in nieuwe situaties kunnen worden toegepast. Het voorspellen wat er in een nieuwe situatie gebeurt, gaat een stap verder naar het onder woorden brengen van je eigen techniek gevoel. Zonder verlies van de sprankelcoëfficiënt, dus techniek gevoel waar de leerling met hart en ziel bij betrokken is. Een basisschool leerling zou dit  wellicht weergeven als Techniek. Op de Pabo moet de aankomende leerkracht didactische vaardigheden leren om leerlingen dit Techniek te laten ontwikkelen. De leerkrachten moeten dus niet de leerlingen meeslepen achter hun eigen techniek gevoel aan, maar het Techniek van de leerlingen de goede kant op duwen. Daarvoor moeten de leerkrachten eerst zelf het sprankelende Techniek ervaren. Dus Techniek begint op de Pabo.

zie verder