Voorbeeldgestuurd onderwijs

 

 

 

home

voorbeeldgestuurd rekenen Pabo

onzekerheid
anti-didactische inversie
realistisch rekenen
voorbeeldgestuurd rekenen
resultaten

 



 

 

 

Anti-didactische inversie

Meisjes geven eerder toe aan hun onzekerheid door te vertrouwen op hun sociale en emotionele intelligentie. Als je uitgaat van meervoudige intelligenties, dan gebruikt het traditionele onderwijs bij rekenen vooral de cognitieve intelligentie. Rekenen aan de hand van realistische voorbeelden benut, naast de cognitieve intelligentie, veel meer de emotionele en sociale intelligentie. Door te vertrouwen op sociale en emotionele intelligentie ontstaat onzekerheid. Iets nieuws leren, brengt ook onzekerheid met zich mee. Niet alleen meisjes ervaren de onzekerheid, jongens ook. Jongens hebben meer testosteron in hun lichaam, waardoor ze meer bravoure tonen. Het leren moet leiden tot de hogere deductieve denktrant “als … dan …”. Geef je met veel bravoure op deductieve wijze les, dan spreekt dit meisjes niet aan. Geef je echter vanuit de onzekerheid van de leerling les, dan spreekt dit zowel meisjes als jongens aan. Op de onzekere leerling komt het ontrafelen van realistische voorbeelden veel geloofwaardiger over, de inductieve denktrant.
De discussie rond de vraag of de deductieve dan wel de inductieve manier van lesgeven beter was, werd door Freudenthal (1987) rond 1962 weergegeven met de term anti-didactische inversie: “(...) waarmee ik [Freudenthal] de neiging van de wiskundige bedoelde in het schoonschrift zijn gedachtegangen tegengesteld aan hun ontstaanswijze voor te stellen en liefst ook zijn onderwijs zo in te richten.” Freudenthal doelde daarmee op het inzicht, dat de logische volgorde van het wiskundeonderwijs niet bepalend is voor de psychologische en onderwijskundige volgorde. De deductieve manier van lesgeven die voor de leraar logisch is, moet in het onderwijs niet gebruikt worden, omdat de inductieve manier voor de leerling geloofwaardiger is. Deze inductieve weg, ook geleide herontdekking genoemd, betekent dat je niet axioma’s, maar het axiomatiseren onderwijst; niet de nieuwe orde leert, maar het ordenen, beginnend bij de ervaring van de leerling op het grondniveau van het denken. In de wiskunde is het leerdoel dus niet de uitkomst van een opgave, maar het begrijpen van de weg die tot de uitkomst leidt.

lees verder voorbeeldgestuurd rekenen