Voorbeeldgestuurd onderwijs

 

 

 

home

voorbeeldgestuurd rekenen Pabo

onzekerheid
anti-didactische inversie
realistisch rekenen
voorbeeldgestuurd rekenen
resultaten

 



 

 

 

Voorbeeldgestuurd rekenen

De didactiek van voorbeeldgestuurd onderwijs gaat uit van de voor de leerling geloofwaardige inductieve denktrant en gebruikt als directe instructie een stappenplan (Boltjes, 2004). Het uitvoeren van het stappenplan stimuleert het abstract denken. De doelstelling is vanuit opgeloste realistische voorbeelden de grote lijnen te analyseren, vanuit de onzekerheid van de leerling. Bij het eerste deel van de methode herkent de leerling op geloofwaardige inductieve wijze vanuit het voorbeeld de grote lijnen. Tijdens het tweede deel van de methode herkent de leerling op geloofwaardige inductieve wijze de gevonden grote lijnen in nieuwe situaties, door deze op overeenkomsten en verschillen te bediscussiëren. Dit vindt plaats tijdens de verduidelijkingsdialoog waarbij de grote lijnen worden vergeleken met grote lijnen van eerder opgedane ervaringen. Deze ervaringen kunnen uit dezelfde context zijn, maar ook uit een ander kennisveld. De leerling vergelijkt de nieuw te leren grote lijnen met ervaringen waarvan de werking bij de leerling bekend is, daardoor zal de onzekerheid van het leren van de nieuwe grote lijnen geaccepteerd worden. Het accepteren van de onzekerheid is de grootst mogelijke zekerheid die je een leerling kunt bieden. Dit geeft de leerling zelfvertrouwen om iets nieuws te willen leren.
Het stappenplan van voorbeeldgestuurd onderwijs luidt:

Stap 1: baken het gebied af waarnaar je kijkt
Stap 2: geef voorbeelden
Stap 3: koppel de voorbeelden aan de grote lijnen
Stap 4: geef de grote lijnen met de begrippen weer
Stap 5: geef minstens twee relevante voorbeelden
Stap 6: zoek overeenkomsten en verschillen
Stap 7: plaats de grote lijnen in de ervaringswereld

Met het stappenplan toegepast op het hiervoor gegeven voorbeeld, ziet het voorbeeldgestuurde materiaal er voor de leerling als volgt uit.

In een tuinwinkel worden planten per stuk verkocht en per volle bak met 8 plantjes erin. Voor een volle bak plantjes betaal je minder dan 8 x de prijs van 1 plantje. Ik wil dus zoveel mogelijk volle bakken plantjes afrekenen.
34
 De ene bak is voor 8 gevuld met plantjes en de andere bak is voor 10 gevuld.

6

Het totaal aantal bakken dat je kunt vullen is 1214 = 16+18= 20= 22. Bij de kassa moet je dus 1 volle bak afrekenen en nog 3 losse plantjes.

De grote lijnen die je toepast om tot het antwoord te komen zijn:

1)23

2)24

3)
25 

  • Geef een ander voorbeeld van de gevonden grote lijnen
  • Bespreek de gevonden grote lijnen met je buur
  • Laat je grote lijnen afvinken door de docent

In tegenstelling tot realistisch rekenen is bij voorbeeldgestuurd lesmateriaal het voorbeeld geheel uitgewerkt: het antwoord is gegeven. Zelfs een afbeelding van het antwoord is afgedrukt om de leerling zoveel mogelijk zekerheid te geven. Het doel is de grote lijnen te verwoorden die tot het antwoord leiden. De student zou bijvoorbeeld de grote lijnen om tot het antwoord te komen als volgt kunnen formuleren.

1) maak breuken van hetzelfde soort (gelijknamig)

2)tel aantal breuken op

3) haal hele(n) uit  de breuk

De leerling bediscussieert vervolgens de gevonden grote lijnen met haar buur en docent. Ook bedenkt de leerling een eigen voorbeeld dat aan de grote lijnen voldoet. De opgaven die na deze instructie volgen, zijn uitgewerkte opgaven om de gevonden grote lijnen te oefenen. Daarna volgen dezelfde opgaven op het formele niveau als bij realistisch rekenen waarbij het antwoord moet worden gevonden.

De didactiek van voorbeeldgestuurd rekenen vat ik samen met “Leren vanuit uitgewerkte realistische voorbeelden: 1) vind de grote lijn en 2) herken de grote lijn in nieuwe situaties”.

lees verder resultaten